Voorzien van volle batterijen voor de fotocamera gaan we woensdag op stap. Het zal me geen tweede keer gebeuren dat ‘Murmeltiere’ hun opwachting maken en ik geen plaatjes kan schieten.
Het is me ook geen tweede keer gebeurd, helaas, want we hebben geen Alpenmarmot gezien!
De parkeerplaats voor de Wimmertalalm ligt op een steenworp afstand van die voor de het Jausen Station Schwarzachtal, de tocht van gisteren. Toch liggen beide almen in aparte dalen.
Opnieuw valt hier de stilte op. Enkel het geluid van vogels, wind, water, de stemmen van collega wandelaars en ons geschater en gepuf doorbreken de stilte. Geen verkeersherrie, geen muziek noch ander omgevingslawaai!
We gaan vol goed moed op weg naar de Wimmertalalm. Vol goede moed, maar dat wil nog niet zeggen dat we niet van elk naast het pad geplaatste bankje, een rust moment gemaakt hebben. “Dat,” zegt Bert, “maakt van jou de Prinses op de Krent; niet op de erwt, maar op de krent.” “Hm,” denk ik daar achteraan, “van de heks die naar zijn zeggen zijn huwelijk tot een sprookje maakte, naar een prinses is een hele vooruitgang, krent of geen krent!”
Het is een mooie tocht die zo af en toe over bospaadjes gaat en dan weer over een grindweg. En met veel bankjes!!
Boven liggen twee alm-uitspanningen op korte afstand van elkaar. Wij besluiten te kijken of er bij de Wimmertalalm nog plaats is voor twee hongerige wandelaars.
Eerder op de dag hebben we in de weer-app gezien dat er voor vroeg in de middag onweer voorspeld is, dus we blijven niet al te lang zitten.
Nog eventjes insmeren met zonnebrand en de handjes wassen in de beek en we kunnen terug.
We zijn niet de enigen die de zaligheid van dat frisse water op waarde weten te schatten:
Klara I, Elfriede III en Waltraud V genieten er overduidelijk ook van!

Als we goed een kwartiertje onderweg zijn begin ik me af te vragen of dat we ’t wel droog zullen houden.

Vijf minuten later heb ik mijn antwoord. Regen komt met dikke druppels uit de lucht vallen. Als geroepen is daar al weer een bankje; strategisch onder ’n boom geplaatst. Een beschutte plek om het einde van de bui af te wachten.
De rest van de tocht verloopt in drukkende droogte en we zijn blij als we weer thuis zijn en onze vermoeide voeten rust kunnen geven.
’s Avonds gaan we op de koffie bij mijn zus en zwager; lekker een bakkie troost met een spekulasiemenneke! 🙂

Ik word er moedeloos van; als ik zelf de post bekijk, zie ik maar één enkele foto. Ik weet niet hoe jullie thuis het zien; het lijkt wel alsof mensen met een Apple alles goed te zien krijgen. Dat zal dan wel een schrale troost heten….