Of wel wat een vuurvliegje allemaal te weeg kan brengen.
De afgelopen avonden, die we steevast op het balkon doorbrengen, worden we telkens verrast met kleine, hele kleine, groene lichtjes. Zo zie je in je ooghoek een minuscuul klein lichtje, zo is het weg om dan een paar tellen later op een andere plek weer op te duiken. Vuurvliegjes!!
Ik zag ze voor het eerst in 1973, als elfjarig meisje. Het was ergens in Duitsland, onderweg naar Hippach. Voor het eerst echt op vakantie, in een grote bus van de firma White Cars. Ik weet de naam nog precies, en ook dat het een Limburgs bedrijf was. Een mens onthoudt soms rare dingen. 🙂
We gingen samen met vrienden van mijn ouders, ome Jan en tante Nellie, met hun twee kinderen en met tante Marie, een tante van mijn vader.
Het was een enorm avontuur. De heenreis verliep in twee etappes, met een overnachting ergens in Zuid Duitsland in een stad aan de Donau, die wij overigens helemaal niet zo mooi blauw vonden als Johann Strauss.
Daar, tijdens de avondwandeling, zag ik voor het eerst vuurvliegjes. Betoverend. En dan hier in 2026, zie ik ze weer en denk ik terug aan 53 jaar geleden.

Slapen in een heus hotel, ontbijten met Kaiserbrötchen en heerlijke jam. En we hoefden niet eens eerst een boterham met vleeswaren of kaas te eten. Nee, meteen jam! Zoetigheid!
‘s Middags en ‘s avonds kregen we warm eten, en als we iets wilden gaan ondernemen kregen we een overheerlijk lunchpakket mee met gekookte eieren en harde broodjes belegd met kaas en lekkere vleeswaren. Alles was veel lekkerder dan in Nederland.
Eén keer, tijdens een uitje naar Italie in een gehuurde ‘oude’ Volkswagenbus, mét chauffeur, werden de lege lunchzakken voor een ander doel gebruikt: kotszakken. (Excusez les mots!)
We reden over de Jaufenpass en voor een deel van het vakantiegezelschap bleken al die bochten nét iets te veel van het goede.
De Jaufenpass kreeg spontaan een nieuwe naam: hij heet bij ons tot op de dag van vandaag de Kotspas!
Eén simpel vuurvliegje stuurt je op reis, een reis naar het verleden. Herinneringen buitelen over elkaar heen.
De eerste nacht, de nacht van de vuurvliegjes, was er vlakbij het hotel een verschrikkelijk ongeluk waarbij een jongeman om het leven kwam. De volgende ochtend heerste er een bedrukte sfeer.
Voor het eerst in een stoeltjeslift (die helaas negen jaar geleden is afgebroken) naar de Sonnalm om daar pannenkoeken te gaan eten. Zijn we bijna bij het restaurant blijkt ome Jan zijn portemonnee vergeten. Zelfs een perfecte vakantie kan niet zonder haar teleurstelling.
Met de stoomtrein van Hippach naar Zell en terug. Een deel van het gezelschap gaat liever met de benenwagen, krijgt een lift van de hoteleigenaresse en is eerder op het station dan de treinreizigers. Verbazing alom! Oh, dat verhaal is eindeloos her-verteld en het blijft mooi!
De Tiroler avond: jodelen, Schuhplattlen (dijenkletsen), houthakken en lekker eten. Tien jaar geleden, toen wij het huis van mijn ouders moesten leegruimen, kwamen we de envelop met de houtsnippers van die avond tegen. Bewaard, omdat het zo’n mooie herinnering was.
De wereld was na die vakantie ineens groter geworden en met al die prachtige bergen en kostbare herinneringen, ook een heel stuk mooier!
