Tja vrijdag dan, de laatste dag… Voor de aandachtige lezer zijn helderziende gaven zijn niet nodig om deze dag te voorspellen: een herhaling van gisteren, met hier en daar een kleine aanpassing.
Weer met de bus naar Mayrhofen, weer met de lift omhoog (helemaal dit keer) en weer lunchen met een Lärchenwald-teller”.

Eerst hebben we boven nog wat rondgewandeld en gekeken naar de parachutisten én naar de helicopter die klaarstond om op te stijgen. Het blijft bijzonder om van zo dichtbij te zien.
Zoals zo vaak bij een tweede keer, viel het eten een beetje tegen. Het was niet minder lekker, maar de verrassing was er vanaf. Bovendien leek het alsof iedereen door de serveersters en obers in de gaten gehouden werd. Telkens liep er iemand over het terras op alle tafels te gluren.
Even later hebben we dezelfde lift (de Penken) terug naar beneden genomen en zijn met het treintje (niet het stoomtreintje) terug naar het appartement gegaan.
Dat stoomtreintje, dat is nog zo’n voorbeeld van vergane glorie. Het rijdt nog maar drie keer per week, het dal in en het dal weer uit. De ritten passen niet in de dienstregeling en het stoomtreintje is te vervuilend. Hm, een stoomtrein tegen een diesel loc; ik zou toch wel eens uitgezocht willen zien wie écht het meest vervuilend is.
We zijn het treintje één keer tegengekomen deze vakantie: de stoomlocomotief hing achterstevoren aan de treinstellen, het kon bijna niet triester. Vergane glorie!
De vrijdag avond was er een van inpakken, opruimen en inladen. Vroeg naar bed, want morgen weer vroeg op.
Het was warm en slapen viel niet echt mee. Bert was om kwart over drie al wakker dus om vier uur zaten we al in de auto, op weg naar huis.
Ah, thuis, waar alles zo vertrouwd is, waar bijna alles zijn vaste plaats heeft en waar het net zo heet is als in Oostenrijk…..

